Verkeersongeval-2048×1365

Causaal verband tussen ongeval en klachten vastgesteld

Op 23 februari 2021 deed het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak in een langlopende letselschadezaak. Hierna wordt uitgelegd wat er speelt in deze zaak, wat het oordeel van het hof is en waarom deze uitspraak interessant is.

Wat speelt er in deze zaak?

Een meisje is in juni 2010, kort voor haar 14e verjaardag, betrokken geraakt bij een auto-ongeval doordat de auto waarin zij op de achterbank zat van achteren is aangereden door een andere auto. ASR heeft de aansprakelijkheid voor dit ongeval erkend. De benadeelde heeft na het ongeval allerlei klachten ontwikkeld en leidt nu het bestaan van een ‘kasplantje’ zonder enig perspectief op verbetering.

In dit stadium van de procedure gaat het er vooral om welke klachten de benadeelde heeft en of sprake is van causaal verband tussen die klachten en het ongeval. In het tussenarrest is door het hof vastgesteld dat er sprake is van een geringe ongevalsimpact. Verder vond het hof het niet verantwoord een oordeel te geven over het bestaan van de klachten en het causaal verband zonder dat deskundigenonderzoeken hebben plaatsgevonden. In hetzelfde tussenarrest heeft het hof daarom een neuroloog, neuropsycholoog, psychiater en revalidatiearts benoemd.

Wat oordeelt het hof?

Volgens het hof is op basis van de deskundigenonderzoeken voldoende aannemelijk dat de benadeelde last heeft van nek- en hoofdpijn, ernstige vermoeidheidsklachten, concentratieklachten en vergeetachtigheid. Het hof acht dit een consequent en consistent klachtenbeeld. Het is echter onvoldoende aannemelijk geworden dat zij ook slaapproblemen heeft. Verder is volgens het hof niet aannemelijk geworden dat de klachten van de benadeelde door haar verzonnen of (bewust) overdreven zijn.

Voor het aannemen van het causaal verband is voldoende dat (I) voor het ongeval geen sprake was van dezelfde of vergelijkbare klachten, (II) het ongeval de klachten kan veroorzaken en (III) een alternatieve verklaring ontbreekt. Volgens het hof is aan deze vereisten voldaan.

Waarom is deze uitspraak interessant?

Drie overwegingen van het hof zijn interessant om te benoemen:

Ten eerste: bij het tweede vereiste voor het aannemen van causaal verband, dat het ongeval de klachten kan veroorzaken, is de ongevalsimpact niet relevant. De klachten van de benadeelde kunnen namelijk worden verklaard door de bij haar gediagnosticeerde stoornis. ASR stelde dat de ongevalsimpact zo gering is dat de voor het ontstaan van een WAD (Whiplash Associated Disorder) noodzakelijke zwiepbeweging niet kan hebben plaatsgevonden en de klachten daarom geen ongevalsgevolg zijn. Bij de benadeelde is echter ook geen WAD vastgesteld, maar een somatische symptoomstoornis. Bij de beoordeling van de klachten staat daarom niet meer het ongeval zelf, maar de reactie op het ongeval centraal. Omdat dit tussen partijen niet ter discussie staat, faalt het betoog van ASR. Als er overigens wel sprake zou zijn van een WAD, staat een geringe ongevalsimpact op zichzelf niet in de weg aan het aannemen van causaal verband. Zo oordeelde dit hof in 2018.

Ten tweede: bij het derde vereiste voor het aannemen van causaal verband, dat een alternatieve verklaring voor de klachten ontbreekt, moet de vraag worden beantwoord of de benadeelde zonder ongeval ook de somatische symptoomstoornis zou hebben ontwikkeld. Daarom is het niet relevant dat een of meer van de geïsoleerde klachten ook zonder het ongeval zouden zijn ontstaan. Dat bijvoorbeeld hoofdpijnklachten frequent voorkomen in de ‘normale bevolking’ en dat daarom niet kan worden uitgesloten dat deze ook zonder het ongeval zouden zijn ontstaan, is geen alternatieve verklaring. Volgens het hof is met de door de psychiater gestelde diagnose een overkoepelende verklaring gegeven voor de klachten van de benadeelde.

Ten derde: Het causaal verband tussen het ongeval en de klachten van de benadeelde wordt aangenomen tot in elk geval 2022. De psychiater heeft in deze zaak namelijk aangegeven dat de medische situatie van de benadeelde nog kan verbeteren. Hij heeft daarbij ook opgemerkt dat een lopende procedure een negatieve invloed heeft op het herstel van de benadeelde. Volgens het hof is dit probleem echter onoplosbaar. Het aannemen van een onbeperkt causaal verband zou er namelijk toe leiden dat in de schadestaatprocedure (waarin de schade definitief wordt vastgesteld) geen rekening meer gehouden kan worden met eventuele positieve resultaten van de therapie of een eventuele schending van de schadebeperkingsplicht van de benadeelde.

Wilt u weten wat wij na een verkeersongeval voor u kunnen betekenen? Neem vrijblijvend contact met ons op via 033 – 303 79 47 of info@solvitadvocatuur.nl.